Terugblik op het seminar 'De leerling en leraar centraal'
Experts tonen kansen voor toekomstbestendige scholenbouw
Tijdens het seminar ‘De leerling en leraar centraal’, op 31 maart 2025 in de monumentale aula van het Libanon Lyceum (Rotterdam), presenteerden experts hoe integrale samenwerking kan zorgen voor een effectieve inzet van (financiële) middelen om daarmee gezonde en toekomstbestendige schoolgebouwen te kunnen realiseren.
Het was medeorganisator Jürgen van Hulst (Saint-Gobain) die de wens uitte dat behoeften van leerling en leraar veel beter worden meegenomen in het ontwerp- en bouwproces van scholen. De inleidende film toonde immers al dat er nog veel aan schort. Van Hulst benadrukte dat het met alle beschikbare kennis en moderne middelen toch mogelijk moet zijn om samen gezonde en toekomstbestendige schoolgebouwen te realiseren.
Inspelen op modern onderwijs
Hoe moeilijk dat in de praktijk is, deed rector Tol Swinkels uit de doeken. Het valt hem allereerst op hoe weinig het onderwijs is veranderd sinds het begin van de 20ste eeuw. Nog steeds zien we een docent voor de klas staan, die kennis overdraagt aan leerlingen die passief luisteren. Dit traditionele model is door veranderende maatschappelijke verwachtingen en technologische ontwikkelingen steeds moeilijker vol te houden, aldus Swinkels. Zo loopt de fysieke inrichting van scholen achter op de groei van ICT in de klas en verzinnen docenten noodoplossingen om spieken op laptops te voorkomen. Ondertussen worden de gebouwen monumentaal beschermd, wat uitdagingen geeft bij renovaties en verduurzaming. Zelfs het fundament kan onder monumentenzorg vallen, wat ten koste kan gaan van een nieuwe fietsenkelder. De grote opdracht is dus, aldus Swinkels, het ontwerpen van scholen die inspelen op nieuwe vormen van leren, samenwerking en flexibiliteit.
Facilitaire zaken
De praktische kant van dat onderwijs werd daarop toegelicht door Frans van Leeuwen (hoofd facilitaire zaken Libanon Lyceum) en Remco Verheij (Stichting Boor, betrokken bij renovaties). Van Leeuwen schetste de grote uitdagingen van een oud gebouw, zoals de ventilatie (zeker in coronatijd). Bij zijn werk krijgt hij ondersteuning van Remco Verheij die bij een van de renovaties in de vloer een nieuw ventilatiesysteem aanbracht (GoFlow). Verheij: “Dat was in eerste instantie erg duur en dus zijn we samen gaan puzzelen op slimme combinaties. Er moesten vloeren én plafonds worden vervangen, wat mogelijkheden bood om direct ook ventilatie mee te nemen.” Gekozen werd voor een decentraal systeem, afgestemd op de bestaande gebouwstructuur, dat dankzij een maatwerkregeling van Ruimte-OK ook betaalbaar werd. Door wekelijkse bouwvergaderingen en een scherpe regie lukte het Van Leeuwen om de overlast te beperken en de vaart erin te houden. Het Libanon Lyceum profiteert nu van een frisse, duurzame leeromgeving, die alle aanwezigen in drie pauzes ook aan den lijve konden ervaren. Daarnaast kregen de bezoekers ook de gelegenheid om Saint-Gobains nieuwe Virtual Reality-tool Imagine te ervaren. Hiermee kun je ontwerpen van de tekentafel als het ware real live ervaren.
Norbert Vroege van GoFlow Technology geeft uitleg over het unieke klimaatsysteem in de klaslokalen van het Libanon Lyceum.
Complexiteit schoolbesturen
De volgende spreker, Bart de Grunt (lid van het college van bestuur Mijnplein), poneerde diverse scherpe stellingen over de ‘regels, pegels en tegels’, wat hij bestempelde als een moeizaam proces. “Kinderen doorlopen de basisschool sneller dan dat een school kan worden gebouwd.” De Grunt Bart stelde wel dat het primair onderwijs met minimale financiering uitzonderlijk goed presteert, terwijl het hoger onderwijs met een betere bekostiging slechter presteert. Vooral de normen voor Frisse Scholen klasse B zijn moeilijk haalbaar binnen het beschikbare budget van ongeveer 3500 euro per vierkante meter. Schrijnend is ook de beperkte ruimte per kind: slechts 5,03 m², terwijl een ambtenaar standaard 25 m² krijgt. Verder worden leerkrachten in de wetgeving nauwelijks genoemd als het gaat om Arbo-eisen of ruimtevoorziening. Een van de oplossingen is dan standaardisatie, maar De Grunt ziet ook dat dezelfde ontwerpen vervolgens worden aangeboden tegen (hogere) ‘maatwerkprijzen’. Mijnplein wil elk jaar minstens één school aanpakken en dat met aanbestedingen binnen drie verschillende juridische constructies, verdeeld over vier gemeentes, samen met twee andere schoolbesturen en diverse kinderopvangorganisaties. Dat vraagt dus erg veel samenwerking en afstemming, op basis van de onderwijsbehoeften en Total Cost of Ownership. Architectonische “fratsen”, zoals hij het noemde, zijn daarbij niet nodig.
Landkaart onderwijsvastgoedsysteem
De complexiteit die De Grunt schetste, kwam vervolgens goed tot uiting op de landkaart van het onderwijsvastgoedsysteem, die Michiel Susebeek (Saint-Gobain) presenteerde. Daaruit bleek wel de noodzaak van een integrale, multidisciplinaire benadering in een netwerk van betrokken partijen, processen en schaalniveaus. Waarin tal van elementen als beleid, ontwerp, bouw, financiering en maatschappelijke behoeften met elkaar verweven zijn. Maar waarbij er zich onderweg naast obstakels ook kansen voordoen. Kijkend naar flexibiliteit, klimaatbestendigheid en gezondheid benadrukte Susebeek het belang van verbonden oplossingen en een samenhangende aanpak van investeerders, ontwikkelaars en gemeenten. Zijn landkaart helpt om die samenhang te creëren, maar Susebeek riep ook op om feedback te geven voor verdere ontwikkeling en implementatie van projecten.
Jürgen van Hulst van Saint-Gobain Solutions laat deelnemers tijdens de pauzes met behulp van Virtual Reality comfort ervaren nog vóór de eerste steen is gelegd.
Slechts zeven weken bouwen
Hierna waren er langere presentaties van experts, te beginnen met Jan Anker (MeerBouw Rotterdam) die een innovatief bouwconcept presenteerde, gericht op een renovatie of vernieuwbouw van scholen in slechts zeven weken. In dit concept, ontstaan uit frustratie met traditionele aanbestedingsprocessen, werken architecten, aannemers en installateurs samen vanaf de initiatieffase tot de oplevering. Gevoegd bij het afkopen van onderhoud voor een periode van twintig jaar, draagt dit concept sterk bij aan kostenefficiëntie op de lange termijn. Anker zag dat deze integrale samenwerking verspilling en miscommunicatie vermindert en de haalbaarheid en efficiëntie vergroot. Dit resulteert niet alleen in functionele scholen die voldoen aan moderne normen, zoals De Vuurvogel (Spijkenisse), maar ook in meer leerplezier en welzijn van leerlingen en leerkrachten.
Lowtech: passief bouwen
In dit praktische gedeelte van het seminar vertelden architect Eefje Rikhof (Rothuizen Architecten & adviseurs) en adviseur Bart Advokaat (Merosch) over de ervaringen met passief bouwen. Rikhof toonde de extreem geïsoleerde, eerste gecertificeerde passief school van Nederland, OdyZee (Goes), met verder een belangrijke rol voor nachtventilatie. Hierdoor is het gebouw energieneutraal en onderhoudsarm. Verder speelden de oriëntatie van de gevels en de doordachte materialisatie een cruciale rol. Advokaat lichtte daarna toe dat passief bouwen actueler is dan ooit, omdat installatiekosten sneller stijgen dan de inflatie. Het minimaliseren van installaties loont! Hij is bezig met de ‘passieve’ Vrije School in Zeist en ging in op het belang van een goede oriëntatie, kierdichting en slimme zonwering (zoals vaste overstekken). Hij besprak verder de focus op prestatie-optimalisatie: niet maximaal isoleren, maar zoeken naar het beste totaalplaatje.
Parametrisch ontwerp
De architecten Ronald van der Meer (RoosRos Architecten) en Anneleen Boersma (ArchiTec Company) toonden vervolgens hoe je met parametrisch ontwerp essentiële zaken kunt optimaliseren, zoals de daglichttoetreding, energie-efficiëntie, luchtkwaliteit en ruimtelijke flexibiliteit. Zo stelt een wiskundig model architecten in staat om ontwerpen snel aan te passen en te optimaliseren. Dankzij generatieve scripts en geavanceerde analyses, op basis van bijvoorbeeld weerdata, helpen talloze ontwerpopties je bij de optimale keuze. Met het ROC Gilde in Roermond zagen de aanwezigen hoe deze aanpak leidde tot het voldoen aan strenge prestatiecriteria en duurzaam, kostenefficiënt en comfortabel schoolgebouw.
ROC Gilde (foto: RoosRos Architecten)
Data voor IHP
Het gebruik van data staat ook centraal in de aanpak van Republiq, aldus directeur Martin Middendorp. Hij belichtte hoe die data helpen om binnen twee weken een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op te kunnen stellen. Voor de onderwijssector zijn veel waardevolle, openbare data beschikbaar, zoals budgetten van schoolbesturen, exploitatiekosten, leerlingaantallen en gebouwkwaliteit. In zijn aanpak gebruikt Middendorp verder ook kwalitatieve input van bijvoorbeeld docenten. Hij richt zich echter niet specifiek op individuele gebouwen, maar meer op vastgoedportefeuilles van gemeenten en schoolbesturen. Volgens Middendorp zit het probleem niet in te geringe budgetten, maar in inefficiënt ruimtegebruik en het uitblijven van scherpe keuzes. Er is volgens hem veel ruimte (en geld) over, die vaak gaat zitten in te kleine schooltjes. Door datasets te vergelijken, ziet hij dat de ene gemeente daarmee slimmer mee omgaat dan de andere. Daarom pleit hij voor een betere, transparante samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen en benoemde Rotterdam als voorbeeld. “Op basis van de doelen van de stad heeft Rotterdam zijn strategie vertaald in een huisvestingsplan onderwijs en dat is echt heel knap.”
Marten Middendorp van Republiq vertelt waarom we op basis van data samen betere beslissingen kunnen nemen.
Vastgoedexpertise in huis
De laatste spreker van de middag, Eke Schins (directeur sector Rijksoverheid, Onderwijs en Gezondheidszorg bij Arcadis), pleitte voor een fundamenteel andere benadering van onderwijshuisvesting. Ze benadrukte dat onderwijsinstellingen vaak geen vastgoedexpertise in huis hebben, terwijl ze meer zouden moeten werken als vastgoedeigenaren. En daarbij langetermijnkeuzes moeten maken op het gebied van waardecreatie en Total Cost of Ownership. Veel voordeel behaal je dan als onderwijslogistiek en -techniek gestandaardiseerd en daardoor schaalbaar worden. Door die legolisering hoef je niet steeds dezelfde scholen te krijgen, maar kun je wél efficiënter en goedkoper bouwen of renoveren. Maak verder onderdelen van gebouwen herbruikbaar, waarbij de restwaarde zorgt voor een beter haalbare businesscase. Ze pleitte ook voor clustering van opgaven via regionale onderwijsorganisaties, waardoor kleinere schoolbesturen profiteren van schaalvoordelen en professionele expertise. Schins riep bovendien op om niet te wachten op nieuwe wetgeving en om te gaan praten met externe financieringspartners zoals pensioenfondsen.
Panelgesprek
De middag werd afgesloten met een geanimeerd panelgesprek onder leiding van dagvoorzitter Ysbrand Visser (hoofdredacteur Stedebouw & Architectuur) met op het podium Eke Schins, Bart de Grunt en Marten Middendorp. Zij bogen zich met de zaal over deze vier stellingen:
- Stelling 1: De N=1 aanpak is achterhaald.
- Stelling 2: Zitten de juiste mensen aan de juiste (beslis)knoppen?
- Stelling 3: Er zijn nieuwe (integrale) beslismodellen nodig, maar dan moet iedereen uit de ‘eigen bubbel’ komen.
- Stelling 4: Het lukt ons om binnen 1 jaar de systeemverandering te krijgen.
Panelleden Bart de Grunt van mijnplein en Eke Schins van Arcadis
Over de eerste stelling bestond verdeeldheid: de behoefte aan modulaire oplossingen werd breed gedeeld en sommigen zien al veel standaardisatie in de praktijk, terwijl anderen vinden dat adviesbureaus nog steeds projectmatig maatwerk leveren. De tweede stelling kreeg een eensgezinde ‘nee’. Te vaak nemen mensen zonder vastgoedkennis cruciale beslissingen. De oplossing: expertise bundelen, mandaat geven en slimmer samenwerken.
Brede consensus was er ook over stelling 3, waarbij het vooral ging over het doorbreken van sectorale belangen, wantrouwen en versnippering. De sleutels liggen aan de ‘bovenkant’ van het systeem: heldere besluitvorming, regie, standaardisatie en samenwerking over ketens heen. Tot slot waren de meningen verdeeld of een fundamentele systeemverandering binnen een jaar gaat lukken. Men is er wél van overtuigd dat een school binnen een jaar met een nieuwe aanpak gerealiseerd kan worden, mits men daadkrachtig samenwerkt en bestaande kennis bundelt.
Kom ook in actie!
Implementatie van nieuwe integrale aanpak in projecten
Actie is dus nodig. Aan het einde van het seminar deden Michiel Susebeek en Jürgen van Hulst van Saint-Gobain Solutions dan ook de volgende oproep: pak de handschoen op, zet de tijdsdruk erop en kom zo snel mogelijk samen om concrete projecten te starten. En dit gaan we ook doen. Wilt u meedenken en/of meedoen met een projectcasus? Stuur dan een mail naar Jürgen van Hulst.
Neem contact op met Jürgen van Hulst
Jürgen van Hulst
T: +31 (0)6 53 93 75 82
E: [email protected]
Jürgen van Hulst is verantwoordelijk voor het onderwijsvastgoed binnen Saint-Gobain in Nederland. Hij is uw contactpersoon voor integraal projectadvies bij scholenbouw.
Een sfeerimpressie van de dag
Start seminar door dagvoorzitter Ysbrand Visser van Stedebouw & Architectuur en rector van het Libanon Lyceum Tol Swinkels.
Bart de Grunt, bestuurder bij mijnplein, geeft duidelijk inzicht in het onderwijsvastgoed.
Waar heeft het onderwijs mee te maken? Een blik in de praktijk.
Jan Anker van Meerbouw laat zien hoe scholen binnen 7 weken te transformeren zijn.
Bart Advokaat van Merosch en Eefje Rikhof van Rothuizen Architecten gaan in op low-tech schoolgebouwen.
Tijdens de pauzes een moment om comfort met Virtual Reality te ervaren.
Ronald van der Meer van RoosRos Architecten en Anneleen Boersma van ArchiTech Company gaan in op parametrisch ontwerpen.
Marten Middendorp van Republiq pleit voor een integraal huisvestingsplan (IHP) op basis van data.
In de pauze een bezoek aan een gerenoveerd klaslokaal.
Het Libanon Lyceum aan de Ramlehweg.
De klaslokalen van het Libanon Lyceum zijn voorzien van innovatief klimaatsysteem van GoFlow.
Eke Schins van Arcadis gaat in op een efficiënte inzet van middelen.
Jürgen van Hulst van Saint-Gobain Solutions blikt terug op een inspirerende dag.
Gerelateerde oplossing
Integrale aanpak voor onderwijsgebouwen
Onze integrale aanpak zorgt voor gezonde en duurzame scholen. In deze aanpak staat het welzijn voor leerlingen en docenten centraal als ook duurzaamheid en efficiëntie. Door deze inzichten te koppelen aan een integraal beslismodel bouwen we betere onderwijsgebouwen in de praktijk.